Zaaien

Er zijn veel verschillende gewassen, met ieder hun eigen type zaad. Het is belangrijk om rekening te houden met de verschillende vereisten voor verschillende zaden, bijvoorbeeld wanneer je kunt zaaien en hoe diep het zaadje in de grond moet. Als je een zakje zaadjes haalt in de winkel, staat de meeste informatie erop. Maar je moet wel weten wat alle icoontjes betekenen. In dit themadossier vind je alles over het thema zaaien.

Zaden kopen, ruilen of oogsten

Er zijn verschillende manieren om aan zaden te komen. De meest voordehandliggende manier is om naar het tuincentrum of de supermarkt te gaan en zakjes met zaad te kopen. Je weet dan zeker wat je zal krijgen, geen verrassingen dus. Er is veel verschil tussen verschillende merken en soorten. Bij de Lidl kun je bijvoorbeeld in het voorjaar zaad kopen voor slechts 20 cent, terwijl er ook zakjes met zaad te koop zijn voor wel 5 euro. Natuurlijk is het verschil deels te verklaren door het soort gewas, maar er zijn nog meer factoren zoals kwaliteit en duurzaamheid. De meest duurzame zaden zijn biologische zaden, bijvoorbeeld van het merk De Bolster.

Als je een zakje zaad koopt, heb je vaak heel veel zaadjes en soms kun je wel een heel veld vol zaaien. Als je zaden over hebt, kun je ze ruilen met andere moestuiniers. Bied ze bijvoorbeeld te ruil aan in de WhatsApp groep van Hilversum Moestuinstad, ga langs bij een zadenruildag of in een zaden ruil bieb.

Het is ook mogelijk om je eigen zaden te oogsten. Dat kan bijvoorbeeld door de zaden uit een vrucht uit de supermarkt te halen, maar let op, dit werkt niet altijd. Meestal lukt het wel uit een (biologische) pompoen of tomaat. Als je al een moestuin hebt, kun je veel meer soorten zaden oogsten. Soms moet je daarvoor een plantje ‘opofferen’. Dat komt omdat je sommige vruchten normaal oogst wanneer de zaden nog niet rijp zijn (zoals komkommer of aubergine). Je zal de vruchten dus langer aan de plant moeten houden, en kan de vrucht niet meer opeten. Sommige groentes moet je juist laten bloeien terwijl je het normaal vóór de bloei zou oogsten, bijvoorbeeld bij radijs of rucola. Zodra de bloemetjes bestoven zijn, zullen ze peultjes maken, en zodra de peultjes droog zijn, kun je de zaadjes eruit halen.

Informatie op een zakje zaadjes

Dit is een voorbeeld van een zakje zaadjes. Je ziet in de zwarte rondjes veel informatie. Dit is wat je ervan kunt opsteken:

  • Bolletje 1 met het handje, stipjes en “II-V”: Hier staat wanneer je de zaden kunt zaaien (de stipjes zijn de zaadjes). Dit betekent dat je van maand II (2), dus februari, kunt zaaien, tot maand V (5), mei. Zaai dus tussen februari en mei.
  • Bolletje 2 met de pijltjes en 50×5 cm: dit is de plantafstand. Je moet de plantjes in een raster zetten, zodat je als het waren rijen hebt met elke 5 cm een plantje en de rijen op 50 centimeter afstand.
  • Bolletje 3 met de twee rondjes. Dit zijn zonnetjes. Het linker zonnetje is helemaal ingekleurd, dat betekent dat dit gewas houdt van een plekje in de volle zon. Het tweede zonnetje is half ingekleurd, dat betekent dat het gewas ook geplant kan worden in halfschaduw.
  • Bolletje 4 met twee vruchten en “VI-VII”. Dit gaat over wanneer je kunt oogsten, in dit geval dus tussen maand 6 en 7 (tussen juni en juli).

Lastige of onbekende termen

Als nieuwe moestuinier kom je een aantal termen tegen die je moet weten:

Voorzaaien: Soms kun je zaden (binnen) voorzaaien zodat je zaadje alvast kan ontkiemen wanneer het buiten nog te koud is, en zodat je kleine stekje niet wordt opgegeten door slakjes of andere beestjes. Sommige gewassen kun je niet voorzaaien.

Onder glas zaaien: Dit betekent dat je de zaden kweekt of voorzaait in een koude (dus onverwarmde) kas.

In de volle grond zaaien: Dit betekent dat je de zaden direct buiten in de grond of in je moestuinbak zaait. Het is belangrijk dat je de plantafstand goed in de gaten houdt. Als er toch wat meer plantjes opkomen (dit is vaak het geval bij heel kleine zaadjes) kun je ze later nog wegknippen. Dat noem je uitdunnen.

Kiemen: Verschillende zaadjes hebben verschillende omstandigheden nodig hebben om te ontkiemen, oftewel om de eerste worteltjes en blaadjes te maken.

  • Warmtekiemer: het zaadje heeft warmte nodig om te ontkiemen, bijvoorbeeld aubergine.
  • Koudekiemer: het zaadje heeft een periode van koude nodig om te ontkiemen, zoals bieslook
  • Lichtkiemer: het zaadje heeft licht nodig, leg het zaadje op de grond en duw hem niet in de grond

Voor alle zaden die geen lichtkiemers zijn, geldt: zaai je zaadje ongeveer net zo diep als dat het zaadje groot is. Een pompoenzaad moet dus veel dieper dan een wortelzaadje. 

Uitplanten: Zodra het zaadje dat je hebt voorgezaaid ontkiemd is, zal je eerst een stengeltje hebben met twee kiemblaadjes. Daarna komen er meer blaadjes bij die een andere vorm hebben. Zodra deze blaadjes gevormd zijn, kun je jouw stekje gaan uitplanten op de uiteindelijke plaats.

Plantafstand: Als je zaait of je stekje uitplant, is het belangrijk om de juiste afstand tussen elk zaadje of stekje aan te houden zodat de plant voldoende ruimte heeft om zich te ontwikkelen.