Voor traditionele tuinders begint het tuinseizoen met een flinke klus; spitten.
Toegegeven, zo’n fijne work-out in het eerste frisse lentezonnetje voelt eigenlijk best goed. Na afloop kijk je tevreden uit over een schone akker, een gespreid bed om in te zaaien en te planten.
Spitten brengt lucht in de grond.
Er is ook een andere benadering.
In de eerste 10 centimeter van de grond leven ontelbaar veel organismen. Ze breken oude plantendelen af en zetten het om in vruchtbare aarde. Ze gaan samenwerkingsverbanden aan met plantenwortels, zodat planten makkelijk toegang krijgen tot voedingsstoffen, nodig om te groeien. Ze graven gangen die lucht brengen in de bodem waar wortels doorheen groeien als de weg van de minste weerstand.
Je kunt je voorstellen dat al deze geziene en ongeziene gasten reuzehandig zijn in de samenwerking met je moestuinplanten. Deze organismen leven oppervlakkig omdat zij zuurstof nodig hebben. Spitten brengt ze naar diepere lagen met minder lucht; alsof je een vis op het droge legt. Niet spitten of ‘no dig’ laat deze laag intact, dat is gunstig voor het bodemleven én voor je rug. De verzorging van de grond verandert van spitten en bemesten naar bedekken en faciliteren.
Kijk maar eens in een pas opgezette composthoop. Het krioelt er van de regenwormen, pissebedden, slakken en duizendpoten, en dat zijn alleen nog maar de beestjes die je met het blote oog kan zien. Door compost te gebruiken om je bedden te bedekken, breng je al deze hardwerkende beestjes in je bodem. Dat kan met compost, maar ook met andere organische materialen; afgevallen blad, gras knipsels, onverteerde plantendelen. Dit heet mulchen.
Alsof je brood strooit voor de vogels, binnen no-time is het een drukte van belang. Inwerken hoeft niet, leg het er gewoon in een laag bovenop. Na een tijdje zal je merken dat de grond onder de mulchlaag als vanzelf los en korrelig wordt. Om te planten of te zaaien hoef je alleen de mulch opzij te vegen. Je kàn het zaaibed een
extra zetje geven door de bovenste laag los te werken. Hier bestaan handige gereedschappen voor als een woelvork of grelinette. Met een handschepje of spitvork lukt het ook. Je hoeft niet de diepte in, alleen een beetje oppervlakkig draaien en woelen van de grond.
En that’s it! Meer is er echt niet no-dig.
Tekst: Elfie Bakker