Doe de grondtest

Wil je de goede planten voor jouw moestuin kiezen? Dan helpt het als je weet hoeveel zon er komt. En ook als je je bodemsoort weet. In veel plaatsen weet iedereen welke grondsoort iedereen heeft, maar in Hilversum niet. Hilversum is een raar dorp, er zijn diverse grondsoorten in de verschillende wijken aanwezig. (Onder de grond zit hier veen, verderop een oude rivierbedding + ergens anders wat stuifduinen.) Weet je niet in welke verhouding zand, klei en leem in jouw grond zit? Dat is normaal. Maar je kunt er zelf achter komen met een leuke test.

Benodigdheden

  • Een schone, doorzichtig glazen pot
  • Een schep
  • Kraanwater
  • pH strip (te koop bij elke drogisterij)

Voorbereiding

  1. Graaf een gat van 10 cm diep op de plek waar je een plant wil neerzetten;
  2. Schep uit dit gat aarde zodat de pot helemaal vol is;
  3. Strooi de helft van je aarde op een tafel voor de kneedtest;
  4. Meet hoe hoog de aarde in het potje zit, en vul even veel centimeters water toe;
  5. Doe de deksel op de pot en schud het water door de aarde (je kunt ook roeren). Laat de pot nu 30-60 minuten staan, tot alle grond naar de bodem is gezakt, voor de sedimentatietest.

Kneedtest

  • Voeg een beetje water toe aan de aarde op de tafel en kneed het goed door.
    • Kun je er een bergje van maken, maar verder niks? Dan heb je zandgrond;
    • Voelt het spons-achtig en zie je plantenresten? Dan heb je veengrond;
    • Kun je een slang kneden die je niet tot een cirkel kan vouwen? Dan heb je leem;
    • Kun je een slang kneden die je tot een cirkel kan vouwen? Dan heb je kleigrond.

Zuurtest

  • Doop het pH papiertje in het water-aarde mengsel. Vergelijk de kleur van het papiertje met de pH waarde meter. Een pH zou tussen de 5-9 moeten zitten. 5 = zuur, 7 = neutraal, 9 = alkalisch. Als je pH onder de 5 of boven de 9 uitkomt, vraag even na.

Sedimentatieproef

  • Kijk na 30-60 minuten naar je potje aarde. Er hebben zich verschillende lagen gevormd
    • Bovenin zit klei, dat nog kan zweven;
    • In het midden zit leem;
    • Onderin zit zand.
  • Schrijf op welke percentages zand – leem – klei jouw grond is. Schatten is prima hier.
  • Kun je plantendelen, stronkjes, etc. herkennen in het water of in sommige lagen? Die tellen niet mee voor de grondsoort, maar vertellen wel dat je meer/veel humus in je grond hebt.

En nu?

Elke grondsoort heeft voor- en nadelen. Sommige grondsoorten hebben veel voedingsstoffen maar houden weinig water vast, bijvoorbeeld. En sommige planten willen een zure grond, terwijl andere planten dat juist niet willen. Door bijvoorbeeld kalk of compost op je grond te strooien kun je je grondsoort en de zuurtegraad beïnvloeden.

Kijk voor meer informatie op:

Tekst: Marjolein van Dillen