Het idee van combinatieteelt is dat het nuttig is om bepaalde planten bij elkaar te zetten. Dat werkt op verschillende manieren:
- De ene plant lokt insecten waar de andere plant ook profijt van heeft.
- Een plant zorgt ervoor dat schadelijke diertjes uit de buurt blijven.
- Sommige planten geven via de wortels stoffen af die schadelijke beestjes onder de grond weghouden.
- Vangplanten lokken ongedierte in de hoop dat ze wegblijven bij je waardevolle groenten.
Er is een aantal combinaties van groenten, kruiden en bloemen die door de jaren heen hun nut hebben bewezen. Dit zijn enkele goede buren in je moestuin:
Afrikaantjes (Tagetes patula)
Ze worden in de volksmond ook wel stinkertjes genoemd. Afrikaantjes (Tagetes patula) verspreiden namelijk een heel specifieke geur. De witte tomatenvlieg heeft er in ieder geval een hekel aan. Zet afrikaantjes dus bij je tomaten om dit ongedierte uit de buurt te houden. Verder werken afrikaantjes goed tegen aaltjes (kleine wormpjes die de wortels van planten aanvreten). Supernuttig dus, die stinkertjes!
- Afrikaantjes kweken: Tagetes patula zaaien in de volle grond kan van april tot eind juni. Houd een afstand aan van 10 cm tussen de planten en zet ze bij je tomaten in dezelfde grond.
- Combineer afrikaantjes met: aardappelen, aardbeien, bieten, tomaten.
Bernagie (Borago officinalis)
Er wordt van alles beweerd over bernagie, ook wel bekend als borage of komkommerkruid. Zo zouden aardbeien er beter door groeien en zou het allerlei ongedierte op afstand houden. Hoe dan ook, de bloemen van bernagie trekken in ieder geval veel bestuivende insecten aan. Bijvoorbeeld zweefvliegen, waarvan de larven zich voeden met de kriebelmuggen die op je tuinbonen zitten.
- Bernagie kweken: Zaai bernagie in de volle grond van half maart tot eind juni. Twee bernagieplanten met een tussenruimte van 30 cm zijn voldoende.
- Combineer bernagie met: aardbeien, kool, peulvruchten (o.a. snijbonen, sperziebonen en tuinbonen), spinazie, tomaten.
Sla
Het is een slim idee om sla als vanggewas in te zetten. Dat houdt in dat je een paar slaplantjes opoffert om andere planten te beschermen. Plant de sla bijvoorbeeld rondom bonen. Slakken eten de malse slablaadjes dan op, maar zullen niet meer toekomen aan de zaailingen van je bonen. De bonen op hun beurt helpen de sla te groeien, omdat ze stikstof toevoegen aan de grond, wat helpt bij de bladgroei.
- Sla kweken: Zaai de sla rechtstreeks tussen half maart en eind juli en dun de zaailingen uit tot je een tussenruimte overhoudt van 15 cm.
- Combineer sla met: courgette, erwten, bonen, knolvenkel, komkommer, kool, prei, radijs, wortelen, sla (weert slakken), knoflook (weert luizen), komkommerkruid (trekt lieveheersbeestjes aan).
Wortel
Zodra je wortels uitdunt, is de wortelvlieg er als de kippen bij: die ruikt de wortel al vanaf een kilometer afstand! Breng deze lastpak in verwarring door familie van de ui (Allium), zoals lente-uitjes, knoflook, prei of uien te kweken bij je worteltjes. De kans dat wortelvliegen je wortels aantasten wordt dan veel kleiner. En het mes snijdt aan twee kanten: de uienvlieg en de preimot raken weer in de war van de wortelgeur …
- Alliums kweken: Zaai alliums tijdens het groeiseizoen (afhankelijk van de soort) steeds opnieuw. Zaai ze samen met wortelen in een patroon of in dikke banen, zodat er blokken ontstaan waar de geur zich concentreert.
- Combineer alliums met: aardbeien, bieten, courgette, komkommer, tomaten, wortelen.
Andere goede buren van de wortel zijn:
- Rozemarijn (weert de wortelvlieg)
- Salie (weert de wortelvlieg)
- Radijs (mengen met wortelzaden, als markering, kiemt sneller, maakt de grond luchtig voor de worteltjes, kan geoogst worden wanneer worteltjes nog verder moeten groeien)
Oost-Indische kers (Tropaeolum majus)
Oost-Indische kers trekt luis aan en dat maakt hem in de moestuin tot een erg nuttige plant. De luizen bestormen de Oost-indische kers, waardoor ze geen oog meer hebben voor je groenten. Slakken laten Oost-Indische kers trouwens links liggen.
- Oost-Indische kers kweken: Zaai de Oost-Indische kers in bakjes of rechtstreeks in de volle grond. Wacht tot de spruitjesplant zo’n 30 cm hoog is voordat je de Oost Indische kers eronder zet, met ongeveer 25 cm tussenruimte. De Oost-Indische kers verspreidt zichzelf aan het einde van het jaar. Haal de zaailingen uit de grond en zet ze in potten voor het volgende seizoen.
- Combineer Oost-Indische kers met: aardappels, boerenkool, courgette, prei, radijs, spruitjes, suikermais, tomaten.
Stikstofbinders
Een aantal gewassen zijn zogenaamde stikstofbinders. Dat betekent dat ze de stikstof uit de lucht halen en in de grond vasthouden. Soms kun je zien dat deze planten in hun wortels een soort knobbeltjes hebben, dat zijn stikstofknobbeltjes en kunnen geen kwaad. Voorbeelden van stikstofbinders zijn:
- Doperwten
- Peulen
- Kapucijners
Andere planten vinden dat beetje extra stikstof erg fijn, daarom zijn goede buren van stikstofbinders onder andere:
- Aardbeien
- Mais
- Aardappelen
Bloeiers
Veel vruchtgewassen hebben insecten nodig voor de bestuiving. Denk bijvoorbeeld aan courgettes en aardbeien. Je kan deze gewassen een beetje helpen door planten neer te zetten die uitbundig bloeien en daarmee insecten aanlokken. Denk bijvoorbeeld aan:
- Komkommerkruid
- Goudsbloem – Deze bloemen hebben bovendien een schonende werking op de grond en helpt tegen schadelijke aaltjes (nematoden)
- Oost-Indische kers
Drie gezusters
Het concept van de drie gezusters is gebaseerd op de traditionele landbouwmethoden van inheemse Amerikaanse volkeren. Het houdt in dat maïs, bonen en pompoenen samen worden geplant.
Maïs fungeert als een natuurlijke klimhulp voor de bonen, omdat de bonen zich om de maïsstengels omhoog kunnen slingeren. Bonen zijn stikstofbindend, wat betekent dat ze stikstof uit de lucht kunnen opnemen en in de bodem kunnen afgeven. Dit verbetert de bodemvruchtbaarheid en voorziet de andere gewassen van de nodige voedingsstoffen. Bovendien helpen de bonen de maïsplanten stevigheid te bieden door zich om de stengels te wikkelen. Pompoenen fungeren als een bodembedekker, waardoor de grond vochtig blijft en onkruidgroei wordt onderdrukt. De grote bladeren van de pompoenen bieden ook schaduw, waardoor verdamping wordt verminderd en de bodem koeler blijft.

Overig
- Basilicum en tomaten: Basilicum zou de smaak van tomaten bevorderen en voor een betere opbrengst zorgen, verjaagt muggen, vliegen, luizen en spintmijt
- Kool en tomaten: De geur van tomatenplanten kan het koolwitje weren
Slechte buren
Sommige gewassen zijn juist slechte buren, bijvoorbeeld omdat ze verschillende behoeftes hebben (water, zon, voedingsstoffen) of omdat ze allebei gevoelig zijn voor bepaalde ziektes.
- Tomaten en aardappelen zijn beide gevoelig voor Phytophthora – aardappelziekte – dus die combinatie kun je het beste vermijden
- Tomaten kun je het beste niet teveel water geven zodat de vruchten niet barsten. Komkommer heeft daarentegen veel water nodig. Deze planten kun je dus het beste niet naast elkaar zetten
Bronnen: Gardeners World Magazine, Mooie Moestuin, Doepser Leven, Sandra Blauw (Moestuincoach bij Omgevingseducatie)